Het recht op privacy en een gezinsleven: vragen en antwoorden

Kan een huurder zich ook beroepen op de onschendbaarheid van de woning?

Ja. Onder het begrip woning wordt de plaats verstaan waar een persoon woont. Het maakt niet uit of die persoon al dan niet eigenaar is. Huurders kunnen zich dus ook beroepen op de onschendbaarheid van de woning. Ook krakers vallen eronder als ze ergens permanent geïnstalleerd zijn. Krakers zijn mensen die een pand/huis bewonen zonder dat ze er (als eigenaar of huurder bijvoorbeeld) enig recht toe hebben.

Mogen brieven van gedetineerden worden gecontroleerd en eventueel zelfs worden achtergehouden?

Het recht op privacy is geen absoluut recht, dus de overheid mag het beperken. Ze mag dit slechts indien de wet het toelaat en het onderscheppen van die brieven ‘noodzakelijk is in een democratische samenleving’. Dit kan het geval zijn indien het nodig is in het belang van de veiligheid en goede zeden of om de rechten van anderen te beschermen. Indien er sterke vermoedens zijn dat een gevangene bijvoorbeeld zijn/haar ontsnapping wil regelen via zijn brieven, mogen die brieven gecontroleerd en achtergehouden worden. Ze mogen niet worden achtergehouden omdat het taalgebruik erin bijvoorbeeld te vulgair is.

Heeft een kind het recht om te weten wie zijn/haar ouders zijn?

Indien de ouders de toelating hebben gegeven om hun identiteit bekend te maken is er geen probleem. Dan kan men die informatie aan het kind geven. Moeilijker ligt het indien de ouders anoniem wensen te blijven. Dan is er een conflict tussen twee rechten: het recht van de ouders om informatie van hun privé-leven geheim te houden, en het recht van het kind om informatie over zijn/haar eigen leven te verkrijgen. De rechter zal in zo’n geval steeds een afweging moeten maken tussen beide rechten. Hij moet dan beslissen welk van de twee rechten in de omstandigheden van die bepaalde zaak primeert.

Mag de overheid sadomasochisme (SM) bestraffen?

SM houdt handelingen in die lichamelijke schade kunnen toebrengen en zo’n handelingen kan elke staat bestraffen. Zelfs indien dit in de privé-sfeer gebeurt. De staten krijgen wel een ruime appreciatiemarge om uit te maken vanaf wanneer men lichamelijke schade niet meer tolereert. Het belangrijkste criterium om uit te maken of het gaat om een strafbaar feit of niet, is echter de wil van het slachtoffer. Indien het slachtoffer er vrijwillig in toestemde, zal men zo’n handelingen minder snel bestraffen.