Het recht op onderwijs: vragen en antwoorden
- Is het verhogen van het inschrijvingsgeld voor hoger onderwijs een schending van het recht op onderwijs?
- Wat verstaat men onder kosteloos onderwijs?
- Recht op onderwijs moet op een niet-discriminerende wijze worden georganiseerd. Wil dit zeggen dat er voor personen met een beperking (gehandicapten) inclusief onderwijs moet zijn?
Is het verhogen van het inschrijvingsgeld voor hoger onderwijs een schending van het recht op onderwijs?
Het recht op onderwijs moet progressief gerealiseerd worden, wat wil zeggen dat de overheid geen maatregelen mag nemen die een achteruitgang zouden betekenen. Het drastisch verhogen van het inschrijvingsgeld is zo’n maatregel. Indien men het inschrijvingsgeld drastisch verhoogt, wordt de drempel om aan hoger onderwijs te beginnen immers verhoogd. Dit zou een achteruitgang betekenen van het recht op onderwijs. Het inschrijvingsgeld aan de index aanpassen is geen schending ook al verhoogt hierdoor de kostprijs.
Wat verstaat men onder kosteloos onderwijs?
Indien er geen inschrijvingsgeld betaald moet worden, spreekt men al snel van kosteloos onderwijs. Er zijn echter ook nog andere kosten aan onderwijs verbonden, denk maar aan uitstappen, een uniform, boeken enz. Deze kosten moeten niet door de staat gedragen worden. De staat moet er wel voor zorgen dat deze kosten redelijk zijn.
Recht op onderwijs moet op een niet-discriminerende wijze worden georganiseerd. Wil dit zeggen dat er voor personen met een beperking (gehandicapten) inclusief onderwijs moet zijn?
Inclusief onderwijs wil zeggen dat personen met een beperking zoveel mogelijk naar het gewone onderwijs kunnen gaan. Is dit inclusief onderwijs nodig om het recht op onderwijs op een niet discriminerende wijze te organiseren? Of is het voldoende als er voor hen speciaal onderwijs wordt ingericht? Het comité van de Verenigde Naties dat toezicht houdt op de naleving van het recht op onderwijs heeft zich hierover al een aantal keer uitgesproken. Het comité vindt dat er inclusief onderwijs moet zijn en dat er een goede verantwoording moet zijn waar er toch apart onderwijs wordt ingericht.