Het recht op vrij zijn van foltering: vragen en antwoorden

Welke van de volgende ‘ondervragingstechnieken’ zijn een schending van het verbod op foltering?

    1. Mannelijke gevangenen dwingen damesondergoed aan te doen.
    2. Ermee dreigen gevangenen neer te schieten en ook aanstalten maken om dit te doen.
    3. Een naakte gevangene een hondenketting of een strop rond de nek doen en hem dan fotograferen met een vrouwelijke soldaat naast hem.

Ze zijn alle drie een schending van het verbod op foltering en op onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing. Omdat het praktijken zijn die onterend zijn voor alle mensen, ongeacht hun cultuur.

Wanneer is het optreden van de politie of het gevangenispersoneel ten aanzien van gedetineerden een schending van het verbod op foltering?

Elke vorm van geweld dat de politie ten aanzien van gedetineerden gebruikt, dat niet strikt noodzakelijk is ten gevolge van het gedrag van de gedetineerde, is in principe een inbreuk op het verbod op foltering.

Wanneer geldt het verbod op foltering?

Het verbod op foltering is een absoluut verbod. Het geldt dus altijd, zonder uitzondering. Ongeacht de omstandigheden, en ongeacht het gedrag van het slachtoffer.

Een handeling moet voldoende ernstig zijn om onder het verbod op foltering te vallen. Hoe wordt bepaald wanneer dit minimum niveau van ernst aanwezig is?

De beoordeling hiervan is altijd relatief. Er zijn een aantal criteria die helpen om dit te beoordelen. Er wordt altijd gekeken naar de context waarin de handeling plaats vond. Verder wordt er rekening gehouden met de duur van de handeling(en) en de fysieke en/of mentale gevolgen voor het slachtoffer. Ten slotte wordt er ook gekeken naar de kenmerken van het slachtoffer, zoals het geslacht, de gezondheidstoestand en de leeftijd van het slachtoffer.