Wat is de betekenis van het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst?

Iedereen is vrij om te denken wat hij/zij wil, te geloven in wat hij/zij wil, de godsdienst te beoefenen die hij/zij gekozen heeft. Anderen hebben niet het recht dit te beletten. Als iemand tijdens de lunchpauze wil mediteren of bidden, mag dit. Men mag de regels van zijn godsdienst volgen.
Als mijn mening verschillend is van die van iemand die gezag heeft over mij (bijvoorbeeld een politieagent of een leraar) mag ik hier niet om gestraft worden. Omgekeerd mag men me ook niet dwingen een bepaalde mening te hebben of een bepaalde godsdienst te beoefenen. Als ik niet geloof of niet akkoord ga met de regels van een godsdienst, moet ik de regels niet volgen.
Vervolgd worden omwille van zijn godsdienst of omdat men overtuigd ongelovig is? In vele landen gebeurt dit nog steeds. In China bijvoorbeeld werd in een recent verleden (nu nog?) de religieuze beweging Falun Gong vervolgd door de overheid.
Wij mogen niemand dwingen om dezelfde godsdienstige overtuiging te hebben als wijzelf. Als we iemand uitlachen of pesten omdat hij bepaalde regels van zijn godsdienst volgt (kledij, kapsel, juwelen), doen we hem/haar tekort. We mogen ook niemand tegen zijn wil overtuigen van onze mening. We kunnen beter respect en interesse tonen voor de religieuze of andere overtuiging van de ander. Wanneer we merken dat iemand ons tegen onze wil probeert te overtuigen, laten we best duidelijk maar respectvol merken dat we dit niet willen.