Wat is de betekenis van het recht op rust en vrije tijd?

Dit recht hangt nauw samen met het recht op tewerkstelling. Het recht op rust en vrije tijd zorgt ervoor dat het werk geen ondraaglijke last wordt. Men heeft recht op periodieke vakanties met behoud van loon. De arbeidstijd moet beperkt worden tot een redelijk aantal opeenvolgende uren. Dit is vooral ter bescherming van de geestelijke en fysieke gezondheid van werknemers.

Dit recht is één van de economische, sociale en culturele rechten. Economische, sociale en culturele rechten zijn gericht op de geleidelijke verwezenlijking ervan. Staten moeten het recht steeds vollediger proberen te realiseren. Dit wil zeggen dat ze in functie van de beschikbare middelen zoveel mogelijk moeten doen om het recht te realiseren of stappen in die richting te zetten. Ze zijn niet verplicht om het direct te realiseren, gezien dit voor de meeste landen financieel niet haalbaar is. Er zijn wel een aantal verplichtingen. Zo is er het ‘standstill’-beginsel: het verbod om maatregelen te nemen die een aanzienlijke achteruitgang zouden betekenen. Landen zijn daarnaast ook verplicht om het recht te eerbiedigen: ze mogen bepaalde handelingen, die het recht zouden kunnen schenden, niet stellen. Dit recht heeft geen rechtstreekse werking in zijn geheel. Enkel de aspecten die de overheid direct moet realiseren hebben rechtstreekse werking. Wanneer een recht geen rechtstreekse werking heeft, kan het niet door nationale rechters worden toegepast.